home   o princípio les 13


Mais vale tarde do que nunca!



 

 
les 1
les 2
les 3
les 4
les 5
les 6
les 7
les 8
les 9
les 10
les 11
les 12
les 13
les 14
les 15


inhoud
register
 

- dagen, maanden, seizoenen
- bijwoorden van tijd
- klok kijken
- presente van haver
- uitspraak u en ou



Praten!


Open de geluidsbestanden en oefenen maar!

spreekoefening 13
mais vale tarde do que nunca beter laat dan nooit
janto sempre neste restaurante ik eet (´s avonds) altijd in dit restaurant
já vejo ik zie het al
o que fazes atualmente? wat doe je tegenwoordig?
daqui a quanto tempo chegamos a Santarém? over hoelang komen we in Santarem aan?
o comboio parte de meia em meia hora de trein vertrekt om het halve uur
de mês a mês há mercado. om de maand is het markt
estamos aqui de quinta-feira a domingo we zijn hier van donderdag tot zondag
que horas são? hoe laat is het?
é uma (hora) e um quarto het is kwart over een
já são quatro (horas) het is al vier uur
a partir de hoje somos amigos vanaf vandaag zijn we vrienden
hoje vou mais tarde vandaag ga ik later
vamos fazer compras dia sim, dia não we doen om de andere dag boodschappen
estou a horas? ben ik op tijd?
depois eles vão almoçar daarna gaan ze eten
daqui a dois anos vou ao Brasil over twee jaar ga ik naar Brazilië
faltam dez minutos para o meio-dia het is 10 voor twaalf
esperamos mais vinte minutos we wachten nog 20 minuten




palavras portuguesas wat is het vandaag?
os dias da semana os meses do ano
domingo janeiro
segunda-feira fevereiro
terça-feira março
quarta-feira abril
quinta-feira maio
sexta-feira junho
sábado julho
as estações do ano agosto
a Primavera setembro
o Verão outubro
o Outono novembro
o Inverno dezembro



Alvast een oefeningetje
oefening 13.1 vul de dagen in
1 hoje é quarta-feira
2 amanhã é ...
3 ontem foi ...
4 depois de amanhã é ...
5 anteontem foi ...
6 o fim de semana são ... e ...
klik hier voor de antwoorden


Bijwoorden


In les 3 hebben we de bijvoeglijke naamwoorden behandeld. Deze horen bij een zelfstandig naamwoord.
Nu gaan we kijken naar enkele Bijwoorden, dit zijn woorden die horen bij een werkwoord (of bij een bijvoeglijk naamwoord *)
Een voorbeeld
neem het Nederlandse 'goed' en 'slecht'.
Als bijvoeglijk naamwoord is het
bom - boa bom tempo - (uma) boa pessoa
en
mau - má mau tempo - uma rapariga má
weet je het nog?

De bijwoorden voor goed en slecht zijn:
bem en mal: sabes bem - não faz mal

In veel gevallen leidt het Portugees een bijwoord af van een bijvoeglijk naamwoord en wel door er -mente achter te plaatsen.

a lição é facil - ele aprende facilmente
sou feliz - ela vem cá felizmente


* voorbeelden van een bijwoord bij een bijvoeglijk naamwoord:
ele anda totalmente perdido hij loopt helemaal verloren (rond)
ela está terrivelmente nervosa zij is verschrikkelijk zenuwachtig
acho-a muito simpática ik vind haar erg aardig

Er bestaan ook aparte bijwoorden, die dus niet van een bijvoeglijk naamwoord zijn afgeleid.
Hier volgen enkele veel gebruikte: bijwoorden van tijd


overzicht 13.1 bijwoorden van tijd
agora nu al, nu meteen
logo meteen, straks já não niet meer
nunca nooit anteontem eergisteren
cedo vroeg ontem gisteren
tarde laat hoje vandaag
mais cedo vroeger amanhã morgen
tarde demais te laat depois de amanhã overmorgen
primeiro eerst, eerder atualmente tegenwoordig
antes eerder, vantevoren antigamente vroeger
dantes vroeger (voorheen) constantemente voortdurend
depois dan, daarna finalmente eindelijk
a seguir meteen daarna geralmente meestal
entretanto ondertussen imediatamente meteen
pas, alleen normalmente normaal
ainda nog, nog steeds novamente opnieuw
ainda não nog niet raramente zelden
sempre altijd ultimamente de laatste tijd



let op:
Onder invloed van verschillende bijwoorden verhuist de persoonsvorm naar vóór de werkwoordsvorm.
De belangrijkste zijn: sempre, ainda, já, logo, até, talvez, quase en só

Voorbeelden
já o vejo ik zie hem al
ainda me chamas? roep je me nog?


oefening 13.2 vul de volgende woordjes in
com, para, só, também, ainda, sempre, agora, de, por, nunca, às vezes, depois, já, primeiro
1 o Pedro vai ... carro para o trabalho
2 ... como sopa, não gosto
3 nas férias eles vão ... Portugal
4 Luísa!! Mãe, ... vou!
5 tenho um carro novo, a Joana ...
6 ... há chocolate no armário?
7 primeiro vou às compras e ... vou cozinhar
8 ele entra ... às nove horas no escritório
9 ela ... fala muito bem português
10 ... não me apetece café
11 há ... muita gente na rua
12 ele vai sempre ao cinema ... uma amiga
13 ela só bebe vinho ...
14 viajar ... avião é rápido
15 ... de trabalhar, ele descansa
16 ... há leite no frigorífico?
17 ele vai cedo ... casa
18 tens tempo? ... não, desculpa
19 ela vai ... os filhos de férias
20 ele vai trabalhar ...
21 ... vou amanhã
klik hier voor mogelijke antwoorden



overzicht 13.2 enkele tijdsuitdrukkingen
de dia
de manhã
à noite
à tarde
overdag
´s morgens
´s avonds ('s nachts)
´s middags ('s avonds)
esta manhã
esta noite
esta tarde
vanochtend
vannacht
vanavond
para a semana volgende week
o mês que vem volgende maand
daqui a oito dias over een week
dentro de um ano binnen een jaar
no ano passado vorig jaar
de meia em meia hora om het halve uur
ela está atrasada
ele está adiantado
zij is te laat (verlaat)
hij is te vroeg (vervroegd)
no domingo
ao domingo
zondag
´s zondags
o dia todo de hele dag
à ultima hora op het laatste moment
à hora certa op tijd
ao longo dos tempos in de loop der tijd
há quanto tempo! dat is lang geleden!




Klok kijken


overzicht 13.3 ver as horas
  que horas são? hoe laat is het?
13:00 é uma hora de tarde het is 1 uur (in de middag)
  são treze horas het is 13.00 uur
12:00 é meio-dia het is twaalf uur 's middags
  são doze horas het is 12 uur
12:30 é meio dia e meio het is half een
  são doze e trinta het is twaalf uur dertig
00:00 é meia noite het is middernacht
  são zero horas het is twaalf uur 's nachts
00:30 é meia noite e meia het is half een 's nachts
02:00 são duas horas (da manhã) het is twee uur ('s ochtends)
14:00 são duas horas (da tarde) het is twee uur ('s middags)
  são catorze horas het is 14.00 uur
13.30 é uma e meia (da tarde) het is half twee ('s middags)
  são treze e trinta het is een uur dertig
13:45 são duas menos um quarto het is kwart voor twee
  são catorze menos um quarto het is kwart voor twee
  é uma e quarenta e cinco het is een uur vijfenveertig
  são quinze para as duas het is kwart voor twee
  faltam quinze (minutos) para as duas het is 15 (minuten) voor twee
13:50 são duas menos dez het is tien voor twee
  são treze e cinquenta het is dertien uur vijftig
  é uma e cinquenta het is tien voor twee
  são dez para as duas het is tien voor twee
  faltam dez para as duas het is tien voor twee
14:05 são duas e cinco (da tarde) het is vijf over twee ('s middags)
14:15 são duas e um quarto (da tarde) het is kwart over twee ('s middags)
  são catorze e um quarto het is veertien uur vijftien
  são duas e quinze (da tarde) het is kwart over twee ('s middags)
  são catorze e quinze het is veertien uur vijftien
14:20 são duas e vinte (da tarde) het is twintig over twee ('s middags)
  são catorze e vinte het is veertien uur twintig
    het is tien voor half drie
14:30 são duas e meia (da tarde) het is half drie ('s middags)
  são duas e trinta (da tarde) het is half drie ('s middags)
  são catorze e trinta het is veertien uur dertig
14:40 são duas e quarenta (da tarde) het is twee uur veertig
  são catorze e quarenta het is veertien uur veertig
  faltam vinte (minutos) para as três het is twintig voor drie
    het is tien over half drie)



Ziezo, je bent helemaal 'bij de tijd!
Je vraagt dus: que horas são? hoe laat is het? en krijgt een van bovenstaande antwoorden... Wat een variaties hè?

Vraag je naar het tijdstip van een gebeurtenis dan zeg je: a que horas vais? (om) hoe laat ga je? vou às quatro of vou ao meio dia

let op
Ook hier is het dus van belang of je met een mannelijk (dia) of een vrouwelijk woord (hora) te maken hebt!


In de volgende oefening breng je allerlei tijdswoorden in praktijk.

oefening 13.3 zoek de juiste vertalingen zet 'm op de ...
1 ... comemos um ovinho 's zondags eten we een eitje
2 partimos ... we vertrekken precies om 9 uur
3 vou ... ik ga meteen
4 ele chega ... hij komt aan na het (middag)eten
5 ... há mercado de volgende week is er markt
6 acontecem muitos acidentes ... er gebeuren veel ongelukken in de loop van het jaar
7 ... é domingo overmorgen is het zondag
8 quem ... wie is er aan de beurt?
9 ... ela faz ginástica todos os dias vanaf vandaag doet zij elke dag gymnastiek
10 ele chega sempre ... hij komt altijd te laat (verlaat)
11 já ... het is al tien uur (in de ochtend)
12 o supermercado abre ... de supermarkt opent over een week
13 ... hoe laat is het?
14 a escola fecha ... de school sluit om 4 uur
15 ... vou ao Brasil over twee jaar ga ik naar Brazilië
16 ele deita-se ... hij gaat om 11 uur naar bed
17 ... começa em ... de herfst begint in september
klik hier voor de antwoorden



Haver


De afgelopen weken hebben we een flink aantal onregelmatige werkwoorden op -er behandeld. In deze les sluiten we deze rij af met haver

Zoals er in het Portugees twee werkwoorden bestaan voor 'zijn' bestaan er ook twee voor 'hebben': ter en haver
Dit ligt echter volkomen anders! Het is uitgesloten dat we ter en haver in de praktijk verwarren.
Ter wordt net als het Nederlandse hebben gebruikt:
a. om bezit uit te drukken, tenho muitos amigos ik heb veel vrienden
b. als hulpwerkwoord, tenho telefonado ik heb (zojuist) opgebeld

Hoewel haver meer op hebben lijkt (vind ik) is dit in het gebruik slechts met moeite terug te vinden. Misschien in de volgende zin:
há pessoas que...' je hebt van die mensen die...

Het werkwoord haver kent vooral deze ene vorm: de derde persoon enkelvoud. Zij wordt gebruikt voor (ons) enkelvoud en meervoud.

há telefone para ti
er is telefoon voor jou
há muitos tomates este ano er zijn veel tomaten dit jaar
Let op: voor zowel er is als voor er zijn wordt altijd de enkelvoudsvorm gebruikt.

!!Om compleet te zijn:
kan ook betekenen: geleden of al
não bebo vinho há dias ik drink al dagen geen wijn
há duas semanas het is twee weken geleden
estou a observá-la há dias ik hou haar al dagenlang in de gaten



oefening 13.4 vul in ter of haver, ser of estar
1 os carros ... na garagem
2 (tu) ... um jardim bonito
3 o Pedro ... um rapaz simpático
4 eles .. amigos na escola
5 o caderno ... do Miguel
6 ... muita gente na rua
7 a casa ... muitos quartos
8 a caneta ... preta
9 a mesa ... na sala de estar
10 o café ... quente
11 o chá não ... açúcar
12 eles ... no restaurante
13 hoje ... frio
14 amanhã nós ... visitas
15 onde ... o livro de português? ... aqui
16 o jardim da Joana ... muitas flores
17 eu ... trinta anos
18 ainda ... café?
19 ele ... hoje triste
20 as senhoras ... constipadas
klik hier voor de antwoorden


oefening 13.5 en nu vertalen...
1 Pedro is Portugees, hij is in Nederland
2 de jongens zijn aardig vandaag
3 zijn er nog aardappels?
4 hoeveel neven heb jij?
5 zij hebben een huis met twee verdiepingen
6 Maria is een hele lange vrouw
7 zij hebben drie katten
8 er zijn veel honden in deze stad
9 heb je de krant al?
10 hij komt uit Portugal, maar hij is in Spanje
klik hier voor de antwoorden



Uitspraak van u en ou

  • De u wordt als oe uitgesproken, punt.

    O nee, wacht... er is nog meer.
    De verplichte u ná de q wordt niet uitgesproken vóór e van bijvoorbeeld que en quente,
    en klinkt als iets tussen oe en w vóór a van bijvoorbeeld quase, quatro.
    En ook de u tussen een g en e van bijvoorbeeld guerra
    of u tussen g en i van guitarra wordt niet uitgesproken.


  • ou klinkt als oo van ook. Dat is zo nu en dan even opletten. Vou zei je vast al goed, maar hoe zit het met mais ou menos?

We gaan oefenen, luister maar... en spreek!


 mais ou menos 
 o Outono 
 julho 
 outubro 
 uma rua 
 um minuto 
 Portugal 
 português 
 segunda-feira 
 nunca 
 açúcar 
 ultimamente 
 quente, que 
 quase, quatro 
 a seguir 
 Miguel 
 let op: muito 


Huiswerkopdracht

Verzamel een tiental uitspraken die een tijdsaanduiding betreffen. Luister hiertoe bij voorkeur naar de mensen om je heen of naar radio en tv.
Kijk in kranten, tijdschriften (of desnoods in het woordenboek...)
Vertaal de zinnen en
stuur je bevindingen naar de docent

einde van les 13