home   o princípio les 9


a Família inteira



 

 
les 1
les 2
les 3
les 4
les 5
les 6
les 7
les 8
les 9
les 10
les 11
les 12
les 13
les 14
les 15


inhoud
register
 

- zelfstandig naamwoord 2
- herhalingsoefeningen
- uitspraak van C en Ç en van Qu



Weer eerst praten, open de geluidsbestanden en oefen!

spreekoefening 9
a família inteira de hele familie
temos uma grande família we hebben een geweldige familie
ela é a nossa avó zij is onze oma
o avô já tem 80 anos opa is al tachtig
eu sou a mãe dos filhos ik ben de moeder van mijn kinderen
esta é a Rita, a minha filha mais velha dit is Rita, mijn oudste dochter
o meu irmão mora no estrangeiro mijn broer woont in het buitenland
tenho três cunhadas ik heb drie schoonzusjes
onde moram os seus tios? waar wonen uw oom en tante?
a minha sobrinha é estudante mijn nichtje is student
dou-me bem com a minha sogra ik kan goed opschieten met mijn schoonmoeder
não me lembro do sogro ik herinner me mijn schoonvader niet
todos o conhecem iedereen kent hem
quantos primos tens? hoeveel neven en nichten heb je?
a Joana é a minha prima direita Joana is mijn volle nicht
a nora mais velha chama-se Isabel de oudste schoondochter heet Isabel
os netos conhecem-se bem de kleinkinderen kennen elkaar goed
amanhã faço 30 anos morgen word ik 30
vão ter comigo? komen jullie naar me toe?
dizemos sempre a verdade we spreken altijd de waarheid


palavras portuguesas de familie op een rijtje
o avô ,a avó opa en oma
pai e mãe vader en moeder
o filho e a filha zoon en dochter
o neto e a neta kleinzoon en kleindochter
o irmão e a irmã broer en zus
o tio e a tia oom en tante
o primo e a prima neef en nicht (kind van oom, tante)
o sobrinho, a sobrinha neef en nicht (kind van broer, zus)
o cunhado, a cunhada zwager, schoonzus
o sogro, a sogra schoonvader, schoonmoeder
o genro, a nora schoonzoon, schoondochter


let op!  
os avós grootouders
os pais ouders
os filhos kinderen (nazaten)
(as crianças) (kinderen)
os irmãos broers en zussen
os tios ooms en tantes
os netos kleinkinderen
os sogros schoonouders
os primos neven en nichten
evenals...  
os amigos vrienden en vriendinnen
os vizinhos buren
os colegas collega's


oefening 9.1 vul aan
1 a irmã do seu pai é a sua ...
2 o irmão da sua mãe é o seu ...
3 os filhos dos irmãos dos seus pais são os vossos ...
4 o pai da sua mulher é o seu ...
5 o filho do seu irmão é o seu ...
6 a mulher do seu irmão é a sua ...
7 a mãe do seu pai é a sua ...
8 os filhos dos seus filhos são os seus ...
9 o pai do seu pai é o seu ...
10 a filha do seu irmão é a sua ...
11 a mãe da sua mulher é a sua ...
12 o marido da sua irmã é o seu ...
klik hier voor de antwoorden




Zelfstandig naamwoord 2



In les 1 hebben we het zelfstandig naamwoord behandeld.

We hebben daar o.a. gezien dat over het algemeen de uitgang -a duidt op een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
Er zijn enkele categorieën uitzonderingen op deze regel.
  • De volgende zelfstandige naamwoorden zijn mannelijk, ook al hebben ze de uitgang -a. Ze zijn van Griekse oorsprong.
    o dia dag
    o mapa landkaart
    o programa programma
    o problema probleem
    o cinema bioscoop
    o clima klimaat
    o diploma diploma
    o poeta dichter
    o telefonema telefoongesprek
    o dilema dilemma
    o sintoma symptoom
    o sofá bank, sofa


  • Enkele woorden, waaronder sommige op -a, zijn zowel mannelijk als vrouwelijk:
    o/a colega collega
    o/a belga Belg(ische)
    o/a camarada kameraad
    o/a estudante student(e)
    o/a cliente klant

    Dit geldt ook voor veel woorden op -ista, waaronder alle beroepsnamen:
    o/a socialista socialist(e)
    o/a motorista motorrijd(st)er
    o/a egoísta de egoist
    o/a dentista tandarts
    o/a jornalista journalist(e)
    o/a artista kunstena(a)r(es)
    o/a recepcionista receptionist(e)


  • Een speciale plaats nemen in a criança kind en a pessoa persoon/mens, altijd het lidwoord a voeren, of het nu een man of een vrouw betreft.


    oefening 9.2 vertaal
    1 het telefoongesprek is goedkoop
    2 dat is een dilemma
    3 het kind speelt met een trein
    4 deze collega is een Belg
    5 die Belgische vrouw is mijn vriendin
    6 mijn tandarts woont in Faro
    7 de klant vraagt veel
    8 de dichteres is niet in dit land
    9 de studenten studeren in Coimbra
    10 wij zitten op de bank
    11 ik zie een landkaart
    12 een kamer voor twee personen
    klik hier voor de antwoorden


Sommige uitzonderingen op de geslachtsregel van het zelfstandig naamwoord zijn niet in een categorie onder te brengen. Die moeten we dus ouderwets van buiten leren.
We noemen hier een aantal woorden die veel voorkomen...

mannelijk is   vrouwelijk is  
o arroz rijst a luz licht
o avião vliegtuig a estação station
o coração hart a vez keer/ beurt
o céu hemel a tarde middag
o mês maand a noite avond/nacht
o pão brood a parte deel
o monte berg a flor bloem
o calor warmte a chave sleutel
o prazer genoegen a fome honger
o costume gewoonte a cor kleur
o leite melk a árvore boom


Nog een rijtje tot besluit: in les 1 beweerden we dat het Portugees evenals het Nederlands, veel woorden kent met een mannelijke én een vrouwelijke variant. Vaak lijken ze op elkaar.
Zoals filho - filha, tio - tia, espanhol - espanhola etc.
We kijken nu nog even naar een aantal duo´s die onderling soms op een speciale manier en soms volstrekt verschillen. Evenals in het Nederlands trouwens...

o pai - a mãe
o homem - a mulher
o marido - a mulher
o rapaz - a rapariga
o avô - a avó

o cavalo - a égua paard - merrie
o boi - a vaca stier - koe
o leão - a leoa leeuw, leeuwin
o patrão - a patroa baas, bazin
o rei - a rainha koning - koningin
o galo - a galinha haan - kip
o cão - a cadela reu - teef (beide te vertalen met hond)

belangrijk!
Het Portugees gaat zeer precies om met de mannelijke en vrouwelijke woorden. Dat geldt voor de zelfstandige naamwoorden en dat geldt ook voor de persoonlijke voornaamwoorden.
Een teef noem je cadela en cão is FOUT! Je wordt daar ogenblikkelijk voor op je vingers getikt! Je zegt ook ela ladra, zij blaft, en niet ele ladra. FOUT!
De kip: a galinha é branca, ela põe ovos (legt eieren) e amanhã como-a eet ik haar op. :-)

Ook voor zelfstandige naamwoorden die niet op een persoon/dier duiden gaat dit op.
Heb je de deur niet dicht gedaan? Of het raam? fecha-a! sluit haar. Het is namelijk a porta en a janela.
Heb je een glas laten vallen: arruma-o! Ruim het op. Het is namelijk o copo...


oefening 9.3 wat is de vrouwelijke tegenhanger van
1 o cavalo 11 o cliente
2 o estudante 12 o médico
3 o sobrinho 13 o boi
4 o belga 14 o rapaz
5 o americano 15 o patrão
6 o colega 16 o alemão
7 o avô 17 o rei
8 o tio 18 o marido
9 o cão 19 o empregado
10 o irmão 20 o primo
klik hier voor de antwoorden


Wil je misschien ook nog even de regels van de meervoudsvorming oefenen? hier vind je een pittige oefening!



Weet je nog?



oefening 9.4 vertaal de woorden die tussen haakjes staan
1 não conheço (die) mulheres
2 a tua casa é (groot of klein)?
3 o meu colega é muito (aardig)
4 ele é (een goed mens)
5 (zijn) irmã é casada com (mijn) amigo
6 desejo-te (goede reis)
7 o teu filho é (een leuk kind) (leuk =giro)
8 o carro (nieuw) é (van de) raparigas
9 (onze) vizinhos são (Duitsers)
10 tenho uma camisola (blauw) e um casaco (geel)
11 vamos (naar) Porto ver (het centrum van de stad)
12 os angolanos (spreken) português
13 elas são (slecht) mas eles são (beter)
klik hier voor de antwoorden


oefening 9.5 vertaal!
1 opa en oma zijn thuis
2 het zijn de grootouders van mijn kinderen
3 ze zijn al 80 jaar
4 zij komen uit Mozambique
5 waar gaat u naar toe, oom?
6 ik vertrek vanmiddag naar Den Haag
7 oom en tante kunnen goed met elkaar opschieten
8 de trein komt te laat aan
9 mijn man ziet het probleem niet
10 wij lezen een tijdschrift
klik hier voor de antwoorden
wil je ze horen?




Uitspraak van c en ç en van qu

  • c voor a, o en u klinkt als k

  • c vóór e en i klinkt als s


  • qu voor a klinkt als kw

  • qu vóór e en i klinkt als k

  • ç klinkt als s

  • ch klinkt als sj

hoor maar

Carlos 
 o bancário 
 acabar 
 acho isto um pouco maluco 
 economista 
 costumar 
 a escola secundária 
 o político 
 o médico 
 o funcionário público 
 o policial 
 recepcionista 

 quente, que, daqui 
 quase, quatro 

 chegar 
 o almoço 
 engraçado 
 o palhaço 

Huiswerkopdracht

Achterhaal hoe de (naaste?) familie van een Portugese vriend of bekende is samengesteld.
Mocht je dit te brutaal vinden, beschrijf dan die van een Portugese fantasie-familie...
Uiteraard in het Portugees!

stuur je bevindingen naar de docent

einde van les 9