home   o princípio les 8


Não vejo nada



 

 
les 1
les 2
les 3
les 4
les 5
les 6
les 7
les 8
les 9
les 10
les 11
les 12
les 13
les 14
les 15


inhoud
register
 

- bezittelijk voornaamwoord
- tegenwoordige tijd van LER en VER
- uitspraak van e (en ei)



oefening 8.1 palavras portuguesas
Weer eerst een paar puzzeltjes.
puzzel a
puzzel b






Bezittelijk voornaamwoord

Een overzicht

overzicht 8.1 bezittelijk voornaamwoord
  systeem A systeem B
mijn o meu
a minha
os meus
as minhas
 
jouw o teu
a tua
os teus
as tuas
 
uw o seu
a sua
os seus
as suas
do senhor
da senhora
zijn, haar   dele, dela
onze, ons o nosso
a nossa
os nossos
as nossas
da gente
jullie o vosso
a vossa
os vossos
as vossas
de vocês
uw   dos senhores
das senhoras
hun, haar   deles, delas


Zoals je ziet in het overzicht bestaan er twee verschillende systemen voor het bezittelijk voornaamwoord. Soms kunnen beide systemen gebruikt worden, soms niet. Kijk even heel goed!
Laat ik een stukje uit het schema lichten. Het is een moeilijk punt gebleken voor ons Nederlandstaligen.

uw o seu
a sua
os seus
as suas
do senhor
da senhora
zijn, haar   dele, dela


Dus
 
a sua bicicleta uw fiets
a bicicleta dele zijn fiets


Onthouden hè!
(Ook al zul je merken dat in teksten soms 'seu en sua' gebruikt wordt voor 'zijn en haar'. Dat is dan een enigszins plechtstatige vorm, die je in teksten nog regelmatig aantreft.)


Tot slot, zoals je waarschijnlijk al gezien hebt: aan het bezittelijk voornaamwoord gaat het lidwoord vooraf!
o meu tio, a tua mãe, os nossos filhos, os pais dela, as pernas do senhor...
Op mijn computer staan os meus documentos, mijn documenten.

Speciale constructies, vaak gehoord:

esta colher é tua ou é minha? is deze lepel van jou of is hij van mij?
a culpa é tua het is jouw schuld
um amigo meu een vriend van mij


Opmerking: het Portugees gaat 'zuiniger' om met het bezittelijk voornaamwoord dan het Nederlands. M.n. als het duidelijk is over wiens familielid het gaat, laat men het weg.

Bijvoorbeeld:
ela vai ver os pais zij gaat haar ouders bezoeken


oefening 8.2 vul in op de juiste plaats
deles, dela, da senhora, meu, minha, teu, tua, seu, nossa, nossos, dele, tuas
1 o ... carro é verde
2 a ... irmã é simpática
3 a ... casa é bonita
4 os livros ... são novos
5 a escola ... é perto
6 o ... filho é pequeno
7 estas são amigas ....?
8 os ... colegas bebem muito café
9 a ... mãe é baixa
10 o ... pai tem cabelos brancos
11 o apartamento ... é no Algarve
12 aquela bicicleta é ...
13 o jornal é ... ?
klik hier voor een mogelijke verdeling




En dan de werkwoorden van deze les...

Tegenwoordige tijd van de onregelmatige werkwoorden ler en ver



overzicht 8.2 presente van
  ler lezen ver zien
eu leio vejo
tu  lês vês
ele, ela, o senhor/a senhora
nós lemos vemos
vocês leem veem
eles, elas, os senhores/as senhoras leem veem


oefening 8.3 vul in en vertaal
1 o Paulo (ler) o jornal
2 (vocês) (ver) tudo
3 (tu) (ler) um livro
4 (eu) (ver) o problema
5 os rapazes (ler) uma revista
6 os meus filhos (ver) o pai
7 (nós) (ver) o pôr-do-sol
klik hier voor de antwoorden
wil je ze horen?


En nu andersom...

oefening 8.4 vertaal
1 ik lees een boek
2 die vrouw ziet het probleem
3 mijn vader leest de krant
4 wij lezen een tijdschrift
5 zie je die weg?
6 zij zien een park (um parque)
7 die jongen leest veel
klik hier voor de antwoorden


oefening 8.5 weet je het nog?
1 essa é a minha bicicleta
2 isto não é verdade
3 eles penteiam-se o cabelo
4 essas são as melhores
5 vês aquele fumo além?
en andersom...
6 de meisjes lezen een tijdschrift
7 mijn zus komt te laat
8 mijn zoon is klein
9 in Duitsland wonen (de) Duitsers
10 ik haat onze buren
klik hier voor de antwoorden



Uitspraak van e en ei



De e heeft een open uitspraak, onze e van 'mes'
  • in een beklemtoonde lettergreep
  • vóór een -l
  • en met een acento agudo of grave.
De onbeklemtoonde e klinkt als ee van eer, maar dan iets korter. Deze zien we
  • in enkele beklemtoonde lettergrepen
  • met een acento circunflexo
  • en vóór een -r aan het einde van een woord.

Als een e alléén staat of de eerste lettergreep van een woord vormt, wordt deze uitgesproken als ie.

ei is in het Portugees eigenlijk geen tweeklank, het is de e van hierboven en vervolgens een duidelijke j. Ik vind het persoonlijk vrij moeilijk en ik klink steeds weer te eierig :-)


Kijk en luister! en oefen!

 em viagem  
 ver e ler  
 aquela aldeia  
 essas flores são amarelas e vermelhas  
 isso é verdade  
 esta mulher não é uma pessoa forte  
 ela é da Inglaterra  
 passear  
 o meu automóvel  
 este carro é meu  
 o teu barco é azul e amarelo  
 estas camionetas partem  
 esse bilhete é barato  
 a escola é perto  
 ele é pequeno  
 os colegas bebem café  
 o passeio  
 leio  
 o peixe  

Huiswerkopdracht
Tijd voor een gesprekje met je Portugese buur!
Bereid je erop voor dat je haar/hem groet, vraagt hoe het met haar/hem gaat en bedenk iets wat je vertellen wilt.
Wanneer je hem/haar niet kunt volgen, probeer de woordenstroom dan eens te stuiten met:
'devagar, devagarinho se faz favor!'

Noteer dit gesprek en noteer wat je hebt opgestoken van dit gesprek.

Voor degenen die zich niet in een Portugese omgeving bevinden: verzin een buurpraatje-in-het-Portugees.

Stuur je bevindingen naar de docent.

einde van les 8