home   o princípio les 7


Em viagem



 

 
les 1
les 2
les 3
les 4
les 5
les 6
les 7
les 8
les 9
les 10
les 11
les 12
les 13
les 14
les 15


inhoud
register  
 

- aanwijzend voornaamwoord
- samentrekking met de en em
- uitspraak van x



Eerst praten maar weer!
open de geluidsbestanden en oefen deze zinnetjes

spreekoefening 7
em viagem op reis
como se chama aquela aldeia? hoe heet dat dorp?
essas flores são amarelas e vermelhas die bloemen zijn geel en rood
isso é verdade dat is waar
esta mulher não é uma pessoa forte deze vrouw is geen sterk iemand
ela é da Inglaterra zij komt uit Engeland
aquele país é grande dat land is groot
vamos passear we gaan op stap
vou de comboio ik ga met de trein
o meu automóvel está na garagem mijn auto staat in de garage
este carro é meu deze auto is van mij
o teu barco é azul e amarelo jouw boot is blauw en geel
naquela cidade anda um elétrico in die stad loopt een tram
esse táxi é teu? is die taxi van jou?
quantas bicicletas tem? hoeveel fietsen hebt u?
quem é o condutor daquele camião? wie is de chauffeur van die vrachtwagen?
nós comemos na rua wij eten op straat
a auto-estrada está molhada de autosnelweg is nat
não temos gasóleo we hebben geen diesel
vão à estação de serviço? gaan jullie naar het tankstation?
gostas do passeio? vind je het uitje leuk?
espero no parque de estacionamento ik wacht op de parkeerplaats
onde compras uma bicicleta? waar koop jij een fiets?
o comboio chega atrasado de trein komt te laat aan
estamos no autocarro wij zitten in de bus
quantas cidades vocês visitam hoje? hoeveel steden bezoeken jullie vandaag?



palavras portuguesas - vocabulair op een rijtje
a camioneta
o autocarro
o carro
o automóvel
o avião
o barco
a bicicleta
o táxi
o comboio
o elétrico
o camião
o bilhete
a paragem
ida e volta
o passeio
a rua
a estrada
a auto-estrada
o parque de estacionamento
a gasolina
o gasóleo
a bomba (de gasolina)
a estação de serviço
transporte público
de bus (buiten de bebouwde kom)
de bus (binnen de bebouwde kom)
de auto
de auto
het vliegtuig
de boot
de fiets
de taxi
de trein
de tram
de vrachtwagen
het kaartje
de halte
retour
de stoep (ook wandeling of tochtje)
de straat
de weg
de autosnelweg
de parkeerplaats
de benzine
de diesel
de benzinepomp
het tankstation
openbaar vervoer





We gaan over tot het het

Aanwijzend voornaamwoord


Om dit goed te kunnen uitleggen, vertel ik alvast hoe het Portugees omgaat met de bijwoorden van plaats: hier en daar. Hieronder staan ze, compleet met voorbeelden. (in les 14 komen we er op terug)


overzicht 7.1 hier en daar
aqui hier zij woont hier (in dit huis)
hier (niet aan te wijzen) het is hier heel mooi! (in deze omgeving)
daar (waar jij bent) regent het daar? (waar jij bent)
ali daar (niet ver van ons beiden) daar loopt je moeder (we zien haar lopen)
além daar (ver van ons) zie je die rook daar? (in de verte)
daar (niet aan te wijzen) ik blijf daar slapen (op de plek die ik ga bezoeken)



Dus:
oefening 7.1 vul in aqui, cá, aí, ali, além of
1 moro ... ik woon hier (in dit huis)
2 estás ... ! ben je dáár!
3 ... vai a vizinha daar gaat de buurvrouw
4 a cidade é ... de stad is daar(ginds)
5 ... não chove daar (waar we het over hebben) regent het niet
6 o banco fica ..., à esquina de bank is daar, op de hoek (nogal ver weg)
7 ... não chove hier regent het niet
8 o livro está ... het boek ligt daar (niet zo ver weg)
9 a minha irmã está ... mijn zus is hier
10 como está o tempo ... ? hoe is het weer daar (bij jou)
11 ela vem ... muitas vezes zij komt hier (in dit huis, of land) vaak
12 fico ... a comer ik blijf daar eten (waar wij het over hebben)
klik hier voor de antwoorden


Zoals je hieronder ziet, corresponderen de verschillende aanwijzende voornaamwoorden met de varianten van hier en daar.


overzicht 7.2 aanwijzend voornaamwoord
bepaald aanwijzend voornaamwoord
este
esta
estes
estas
deze, dit
deze, dit
deze
deze
esse*
essa
esses
essas
die, dat
die, dat
die
die
aquele*
aquela
aqueles
aquelas
die, dat
die, dat
die
die
onbepaald aanwijzend voornaamwoord
isto dit isso dat aquilo dat




Het verschil tussen esse en aquele loopt dus paralel met het verschil tussen aí en ali zoals behandeld in overzicht 7.1.
esse duidt op iets dat voor de spreker dáár is maar voor de aangesprokene hier.
aquele duidt op iets dat zowel voor de spreker als de aangesprokenen dáár is.

Het Portugees maakt bijvoorbeeld onderscheid in de volgende twee zinnen?
Die trui (die je aan hebt) is erg mooi!
Die trui (die in de etalage hangt) is erg mooi!

In het eerste geval zeggen we essa camisola, in het tweede geval aquela camisola.

Zoals je waarschijnlijk al zag gedragen de bepaalde aanwijzende voornaamwoorden zich als bijvoeglijke naamwoorden, ze richten zich naar aantal en geslacht naar het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen, ook wanneer dit niet genoemd wordt.

este carro é vermelho deze auto is rood
este é azul deze is blauw
esta camisola é velha deze trui is oud
esta é nova deze is nieuw
estes (barcos) são dos pescadores deze (boten) zijn van de vissers
estas (camionetas) partem já deze (bussen) vertrekken al
esse bilhete é barato dat kaartje is goedkoop
essa sala é grande die kamer is groot
esses são bons die zijn goed (waarop kan dit slaan?)
essas são as melhores dat zijn de beste  (en dit?)
aquele é o meu quarto dat is mijn (slaap)kamer
aquela é de vidro die is van glas (en dit?)
os grandes são aqueles de grote zijn die (en dit?)
aquelas estradas são antigas die wegen zijn oud

 

Als je de vragen tussen haakjes hebt kunnen beantwoorden, heb je de regel begrepen.
Probeer nu eens de volgende oefening.

oefening 7.2 kies het juiste bepaald aanwijzend voornaamwoord
1 ... aldeia (aqui) é bonita
2 ... país (aqui) é grande
3 ... bilhetes (aí) são caros
4 ... paragem (ali) é longe
5 ... quarto (aí) é teu?
6 ... mulher (ali) é portuguesa
7 ... carro (ali) é antigo
8 ... barco (ali) é azul
9 ... camioneta (aqui) vai ao centro
10 ... colher (aqui) está suja
11 ... panela (aqui) está cheia
12 ... camião (ali) é vermelho
13 ... comboio (ali) é amarelo
14 ... (ali) é o meu quarto
15 ... tomates (ali) são maduros
16 ... homem (aqui) é velho
klik hier voor de antwoorden


In overzicht 7.2 vind je ook nog de onbepaalde aanwijzende voornaamwoorden isto, isso en aquilo.
De onbepaalde aanwijzende voornaamwoorden worden altijd zelfstandig gebruikt.
Ze horen nergens bij en houden dan ook altijd dezelfde vorm.


isto é um tacho dit is een pan
isto é uma colher dit is een lepel
isto são garfos dit zijn vorken
isto são casas dit zijn huizen
não sabes isto? weet je dit niet?
   
isso não é teu dat is niet van jou
isso é verdade dat is waar
o que é isso? wat is dat?
   
aquilo é meu dat is van mij
aquilo são tomates maduros dat zijn rijpe tomaten
aquilo são os melhores dat zijn de beste



Ook hier geldt natuurlijk:
Het verschil tussen isso en aquilo, beide dat, zit 'm in de plek van de aangesprokene.
isto duidt op iets dat zich hier bevindt
isso
duidt op iets dat zich dáár bij de aangesprokene bevindt.
aquilo duidt op iets dat zich zowel voor de spreker als voor de aangesprokene dáár bevindt.


Nu jij...
We combineren overzicht 7.1 met wat hierboven staat.
aqui isto
isso
ali aquilo

Helpt dit bij de volgende oefening?

oefening 7.3 kies het juiste onbepaald aanwijzend voornaamwoord
1 ... (aí) é verdade dat is waar
2 ... (aqui) não é saudavel dit is niet gezond
3 ... (ali) são as minhas botas dat zijn mijn laarzen
4 ... (aqui) é um erro dit is een fout
5 ... (aí) não quero dat wil ik niet
6 ... (aí) é meu dat is van mij
7 ... (ali) é bonito! dat is mooi
8 ... (aqui) é teu dit is van jou
9 ... (ali) não está limpo dat is niet schoon
10 ... (aqui) é novo dit is nieuw
11. ... (ali) não presta dat deugt niet!
12 não digo ... (aí) dat zeg ik niet
klik hier voor de antwoorden


oefening 7.4 vertaal nu
1 is die hond van jou?
2 deze treinen vertrekken al
3 dat is van mij
4 die (in jouw hand) zijn goed
5 is die auto van jou?
6 we wonen hier een jaar
7 deze aardappels zijn goed
8 hier regent het niet
9 ik haat die pan
10 dit is een boek
klik hier voor de antwoorden


Samentrekking van de en em



Ook de aanwijzende voornaamwoorden worden samengetrokken met de voorzetsels de en em


overzicht 7.3 samentrekking van de met het aanwijzend voornaamwoord
disto hiervan disso daarvan daquilo daarvan
deste
desta
destes
destas
van deze, dit
van deze, dit
van deze
van deze
desse
dessa
desses
dessas
van die, dat
van die, dat
van die
van die
daquele
daquela
daqueles
daquelas
van die, dat
van die, dat
van die
van die


overzicht 7.4 samentrekking van em met het aanwijzend voornaamwoord
nisto hierin nisso daarin naquilo daarin
neste
nesta
nestes
nestas
in deze, dit
in deze, dit
in deze
in deze
nesse
nessa
nesses
nessas
in die, dat
in die, dat
in die
in die
naquele
naquela
naqueles
naquelas
in die, dat
in die, dat
in die
in die


voorbeelden

preciso disto

ik heb dit nodig
não gosto disso ik hou daar niet van
estou farta daquilo ik heb daar genoeg van
preciso dessa coisa ik heb dat ding nodig
está nessa panela het zit in die pan
acredito naquele homem ik geloof in die man



oefening 7.5 vertaal
1 van dit boek 11 in deze stad
2 van dat meisje (daarginds) 12 deze vork
3 dat boek 13 dit is mijn vork
4 van die vrouw 14 in die taal
5 die naam is mooi 15 in die krant (in de winkel)
6 van deze jongen 16 in deze boot
7 van die visser 17 in die hand (van jou)
8 van die Portugese 18 in dat jaar
9 van dat merk (waar jij het over hebt) 19 die Nederlander
10 van die Japanner 20 in dat land (waar jij je bevindt)
klik hier voor de vertaling


oefening 7.6 weet je het nog?
1 esse táxi é teu?
2 aquelas estradas são antigas
3 as grandes são aquelas
4 estas batatas são boas
5 preciso disto
6 está nessa panela
7 aquele barco é azul
8 aquilo são belgas
9 ela gosta daquele pescador
10 elas vivem nesse país
klik hier voor de antwoorden



Uitspraak van x



Meestal klinkt de x als sj. caixa doos, deixar laten, xarope siroop.
Maar vaak ook klinkt de x als s: texto, explicar
Of als z: exame, exemplo
Alleen in woorden van buitenlandse origine klinkt hij soms 'vertrouwd': táxi


Uitspraakoefening

  baixa 
 peixe 
 acento circunflexo 
 texto 
 exame 
 exemplo 
 roxo 
 México 
 extra 
 explicar 
 sexta-feira 
 Xico e Xica 
 xadrez
 


Huiswerkopdracht

Zoek een Portugese advertentie waarin een reis wordt aangeboden
vertaal deze in het Nederlands
(met behulp van een woordenboek?)

stuur je bevindingen naar de docent.

einde van les 7