home   o princípio les 3


Bom apetite!



 

 
les 1
les 2
les 3
les 4
les 5
les 6
les 7
les 8
les 9
les 10
les 11
les 12
les 13
les 14
les 15


inhoud
register
 

- bijvoeglijk naamwoord
- kleuren



Vandaag begínnen we met praten..
Open de geluidsbestandjes en praat weer net zo lang na en mee tot het je redelijk gemakkelijk afgaat

spreekoefening 3
bom apetite smakelijk eten!
o pequeno-almoço é bom het ontbijt is lekker
o almoço ainda está quente het (middag)eten is nog warm
o açúcar e o sal são brancos suiker en zout zijn wit
onde estás? waar ben je?
estou no supermercado grande ik ben in de grote supermarkt
amanhã vou ao mercado morgen ga ik naar de markt
ela vai fazer compras zij gaat boodschappen doen
vou às compras ik ga boodschappen doen
aonde vão? waar gaat u (mv) heen?
as batatas são novas de aardappels zijn nieuw
batatas fritas patat frites
feijão com couve bonen met kool
vamos jantar fora we gaan uit eten
um restaurante é para comer e beber een restaurant is om te eten en te drinken
pão e azeitonas brood en olijven
salada de atum tonijnsalade
a sopa está fria de soep is koud
o pudim é amarelo de pudding is geel
quero um café com leite ik wil koffie met melk
vamos comer em casa we gaan thuis eten
vais provar as uvas brancas ou as pretas? ga je de witte of de blauwe druiven proeven?
cheira a bacalhau het ruikt naar stokvis
não provo nada ik proef niks

Lukt het met de uitspraak?



palavras portuguesas: nog meer eten en zo
um dente de alho een teentje knoflook
a cenoura wortel
um quilo de cebolas een kilo uien
meio quilo de tomates een pond tomaten
cem gramas een ons
os legumes groenten
o peixe e a carne de vis en het vlees
salgado zout
azedo zuur
amargo bitter
gordo e magro dik en slank
maduro e verde rijp en onrijp
barato e caro goedkoop en duur
aqui há três lojas hier zijn drie winkels
pão fresco vers brood
uma dúzia de bolachas een dozijn koekjes
a sobremesa é doce het toetje is zoet
o preço é alto de prijs is hoog
o nariz é para cheirar de neus is om te ruiken
a boca é para provar de mond is om te proeven




Bijvoeglijk naamwoord



Je weet wel: een mooi meisje: mooi is het bijvoeglijk naamwoord en meisje het zelfstandig naamwoord.


Twee basisgegevens:
een het Portugese bijvoeglijke naamwoord staat *gewoonlijk achter het zelfstandig naamwoord.
twee het past zijn uitgang aan aan het zelfstandig naamwoord waar het bijhoort.

um homem simpático een aardige man
uma mulher simpática een aardige vrouw
três rapazes altos drie lange jongens
umas raparigas fortes enkele sterke meisjes

  • Wanneer het bijvoeglijk naamwoord in de mannelijke vorm de uitgang o heeft, is de verandering in de vrouwelijke vorm simpel: de o wordt een a.
    papel branco - neve branca wit papier, witte sneeuw
    um gato vermelho - uma bola vermelha een rode kat, een rode bal



  • Bij de mannelijke uitgang -ês, komt er -a bij en het 'hoedje' verdwijnt.
    o alho francês prei
    a língua francesa de Franse taal



  • Bij de bijvoeglijke naamwoorden op -e, -l, -m, -r, -s en -z blijft de uitgang onveranderd

    feijão verde groene boon
    couve verde groene kool

    o céu azul de blauwe hemel
    a camisola azul de blauwe trui

    um dia feliz een gelukkige dag
    uma manhã feliz een gelukkige ochtend

    um pai comum een gemeenschappelijke vader
    uma tia comum een gemeenschappelijke tante

    um professor melhor een beter leraar
    a versão melhor de betere versie

    um almoço simples een eenvoudig middagmaal
    uma salada simples een eenvoudige salade



    oefening 3.1 even wennen, zoek bij elkaar
    1 um almoço simpático
    2 um preço brancos
    3 uma professora alta
    4 a salada estrangeira
    5 a língua bom
    6 uma manhã verde
    7 o tio novas
    8 os papéis holandês
    9 um gato feliz
    10 as raparigas alto
    klik hier voor mogelijke antwoorden



  • Een paar gevallen apart, van bijvoeglijke naamwoorden die veelvuldig voorkomen, vooral de eerste twee:
    bom - boa goed
    mau - má slecht
    cru - crua rauw
    nu - nua naakt
    só - só alleen
    são - sã gezond


  • Zoals gezegd: * gewoonlijk komt het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord.
    Er zijn enkele uitzonderingen.
    Vóór het zelfstandig naamwoord staan:
    * de rangtelwoorden: a primeira vez de eerste keer, a segunda classe de tweede klas
    * de bijvoeglijke naamwoorden último laatste en próximo volgende: a última vez de laatste keer, o próximo dia de volgende dag
    * en bijvoeglijke naamwoorden die een hoeveelheid aangeven: muitos cumprimentos veel groeten, meio quilo halve kilo
    * let op: het bijwoord muito blijft onveranderd muito: ela é muito bonita! zij is heel mooi!


    Tot slot, voor de oplettende 'aluno/a': in bom dia en bom apetite staat ook bom vóór het zelfstandig naamwoord. Dat is gewoon zo in deze constellaties. Oók een uitzondering op de regel dus.
    We zullen er in de loop van de lessen nog meer tegenkomen. Hier alvast twee voorbeelden die je kunt missen als kiespijn:
    mau tempo slecht weer (en bom tempo...)
    má sorte pech


Voor het

Meervoud


van het bijvoeglijk naamwoord gelden dezelfde regels als voor het zelfstandig naamwoord. Zie overzicht 1.3, alhier

Nog een paar voorbeelden?

branco - brancos
vermelha - vermelhas
verde - verdes
mau - maus
melhor - melhores
difícil - difíceis
azul - azuis
bom - bons
feliz - felizes
uitzondering:
simples - simples




oefening 3.2 vul de juiste vorm in
1 tenho um filho (bonito) 11 os (melhor) cumprimentos
2 a nossa filha mais (velho) 12 os colegas são (simpático)
3 a banana é (maduro) 13 o carro (novo) é (bonito)
4 as mulheres são (feliz) 14 a rapariga é (brasileiro)
5 tens uns alunos (bom) 15 a minha mão está (quente)
6 a tua tia está (doente) 16 as alemãs não são (mau)
7 os amigos são (português) 17 a casa é (novo)
8 a música é (clássico) 18 o café está (frio)
9 os livros são (azul) 19 a comida é (bom)
10 as laranjas são (vermelho) 20 é uma pessoa (simples)
klik hier voor de antwoorden



oefening 3.3 vul zelf aan
1 o amigo é ... 8 a couve é ...
2 a professora é ... 9 o jantar é ...
3 a rapariga é ... 10 o céu é ...
4 o livro é ... 11 a camisola é ...
5 o pudim é ... 12 o dia é ...
6 Lisboa é ... 13 o Porto é ...
7 a versão é ... 14 o pão é ...
Stuur, als je wilt, je lijstje resultaten naar de docent.



overzicht 3.1de kleuren
  branco wit   verde groen
  preto zwart   azul blauw
  cinzento grijs   crème creme
  castanho bruin   encarnado rood
  cor de rosa roze   vermelho rood
  cor de laranja oranje   roxo paars
  amarelo geel   violeta violet
verwante woorden
negro zwart (vies) louro blond
grisalho grijs (haar) moreno donker (haar, huid)
claro licht- ruívo rossig, rood (haar)
escuro donker-    


o tomate é vermelho escuro de tomaat is donkerrood
a sobremesa é amarela clara het toetje is lichtgeel

* cor de laranja en cor de rosa worden niet verbogen.

as laranjas são cor de laranja e os sonhos são cor de rosa
(sinaasappels zijn oranje en dromen zijn rose)


oefening 3.4 kies een kleur en zet 'm in de juiste vorm
1. o livro é ... 7. a salada é ...
2. a sobremesa é ... 8. a loja é ...
3. a minha casa é ... 9. o alho é ...
4. o céu é ... 10. o pão é ...
5. a couve é .... 11. o pudim é ...
6. o meu cabelo é 12. o carro é ...
klik hier voor mogelijke antwoorden



oefening 3.5 weet je nog? vertaal
1 tenho uma dúzia de bolachas
2 ele mora na Haia
3 a sobremesa é doce
4 elas são de Moçambique
5 compro umas flores amarelas
6 nós temos pressa
7 como se chama a senhora?
8 a Maria está na loja
9 o João é o marido da Maria
10 sou duma cidade grande
klik hier voor de antwoorden


Huiswerkopdracht

Verzamel opnieuw een twintigtal Portugese woorden:
bijvoeglijke naamwoorden deze keer.
a let op de plaats die zij innemen ten opzichte van het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen
b zijn ze mannelijk of vrouwelijk?
c enkelvoud of meervoud?

Stuur je bevindingen naar de docent, eventueel samen met de antwoorden van oefening 3.3

einde van les 3