home   o princípio les 2



Nós temos pressa



 

 
les 1
les 2
les 3
les 4
les 5
les 6
les 7
les 8
les 9
les 10
les 11
les 12
les 13
les 14
les 15


inhoud
register
 

- samentrekkingen van 'de' en 'em'
- persoonlijk voornaamwoord
- werkwoord TER
- uitspraak van r



In de vorige les heb je een rijtje vocabulair aangetroffen, onder de naam: palavras portuguesas. Laten we nu kijken wat daarvan is blijven hangen!

oefening 2.1 plichtplegingen
as palavras portuguesas, in de vorm van een puzzel
Veel succes!

* het scherm waarin de puzzel verschijnt kun je bovenaan rechts vergroten, door het venster te sluiten keer je terug naar de les


Eveneens in de vorige les zagen we zinnetjes als:
sou da Holanda en
ele mora no Brasil
da is een samentrekking van de en a
en no is een samentrekking van em en o.

Het Portugees kent nogal wat samentrekkingen van voorzetsels met andere kleine woorden.
Op dit moment heb je een overzicht tegoed van de samentrekking van de voorzetsels em en de met een lidwoord.


overzicht 2.1 samentrekking van em en de met een lidwoord
em + o wordt no de + o wordt do
em + a wordt na de + a wordt da
em + os nos de + os dos
em + as nas de + as das
em + um num de + um dum
em + uma numa de + uma duma
em + uns nuns de + uns duns
em + umas numas de + umas dumas



Voorbeelden:
a casa é do rapaz het huis is van de jongen
o carro é das raparigas de auto is van de meisjes
eu sou duma cidade grande ik kom uit een grote stad
está no escritório het is in het kantoor
ela está numa loja zij is in een winkel
ela vive na Inglaterra zij woont in Engeland
elas moram no centro da cidade zij wonen in het centrum van de stad
a Maria é a mulher do João Maria is de vrouw van João
en ja hoor: o João é o marido da Maria João is de man van Maria


oefening 2.2 vul de juiste 'samentrekking' in, tenzij...
1. os gatos ... professora de katten van de lerares
2. os maridos ... minhas vizinhas de mannen van mijn buurvrouwen
3. o emprego ... (minha) mulher de baan van mijn vrouw
4. ela mora ... centro ... aldeia zij woont in het centrum van een dorp
5. escrevo tudo .. papel ik schrijf alles op papier
6. a carta é ... (minha) tia de brief komt van mijn tante
7. a casa é ... senhora het huis is van een mevrouw
8. és ... Haia? kom je uit Den Haag?
9. sou o marido ... Ana ik ben de man van Ana
10. a casa ... João é grande het huis van João is groot
11. ... lojas... Inglaterra in enkele winkels in Engeland
12 eles moram .... cidades zij wonen in de steden
13 sou ... país estrangeiro ik kom uit een vreemd land
14 compro flores .. loja ik koop bloemen in een winkel
15 vocês falam ... Egipto? praten jullie over Egypte?
16 o táxi é ... homens de taxi is van enkele mannen
17 o senhor fala ... irmãs u hebt het (praat) over enkele zusjes
18 nós vivemos ... Porto wij wonen in Porto
19 ela mora ... Amesterdão ... Holanda. zij woont in Amsterdam, in Nederland
20 a Ana e a Maria são as mulheres ... alemães Ana en Maria zijn de vrouwen van de Duitsers
klik hier voor de antwoorden


persoonlijk voornaamwoord



We gaan zien hoe de Nederlandse persoonlijke voornaamwoorden ik, jij, hij, zij, u, wij, jullie, en zij in het Portugees gestalte krijgen
* voor het zie onder het overzicht

overzicht 2.2 persoonlijk voornaamwoord
eu ik
tu jij
ele hij
ela zij
você* u
o senhor, a senhora u
nós wij
eles zij (mannelijk)
elas zij (vrouwelijk)
vocês u (mv) jullie
os senhores, as senhoras u (mv)


Toelichting:
  • Om te beginnen: heel vaak wordt het persoonlijk voornaamwoord eenvoudig weggelaten. Zeker eu, tu en nós. Dan kan uit de uitgang van de werkwoordsvorm en/of uit de context worden opgemaakt over welke persoon het gaat.
    Omdat ele, ela, você, o senhor en a senhora allemaal dezelfde werkwoordsvorm gebruiken worden deze in vele gevallen wel gebruikt.
    Hetzelfde geldt voor eles, elas, vocês, os senhores en as senhoras
    Dus: de derde naamval van het persoonlijk voornaamwoord wordt alleen weggelaten als uit de context duidelijk blijkt wie bedoeld wordt.


  • * você wordt in Portugal nauwelijks gebruikt. O senhor/a senhora is de gangbare beleefdheidsvorm.
    Bijvoorbeeld: Como está o senhor? hoe gaat 't met u?
    Wat ook regelmatig voorkomt: de naam van de persoon wordt gebruikt i.p.v. o senhor/a senhora.
    Bijvoorbeeld: o António tem fome? hebt u honger?


  • Er bestaat nóg een verouderde meervoudsvorm voor u: vós, maar die is, zeker uit het spraakgebruik, geheel verdwenen. In oude teksten, zoals bijvoorbeeld gezangen en gebeden, is vós nog wel te vinden.


  • *Het Nederlandse voornaamwoord het wordt in het Portugees niet vertaald. Oftewel: het bestaat niet in het Portugees.
    het is waar é verdade
    het is vader é o pai
    het kost een euro custa um euro



de en em worden ook samengetrokken met sommige persoonlijke voornaamwoorden.

overzicht 2.3
samentrekking van em en de met ele, ela, eles en elas
em + ele wordt nele de + ele wordt dele
em + ela wordt nela de + ela wordt dela
em + eles neles de + eles deles
em + elas nelas de + elas delas
   

Bijvoorbeeld:
acredito nela ik geloof in haar

o carro é deles de auto is van hun (mv)

oefening 2.3 kies nu de juiste samentrekking
1 moro ... cidade grande ik woon in een grote stad
2 o carro é ... empregada ... pai de auto is van vaders bediende
3 estou ... escritório ik ben in het kantoor
4 ela mora ... centro ... cidade zij woont in het centrum van de stad
5 ele está ... carro hij zit in een auto
6 sou ... Holanda ik kom uit Nederland
7 acredito ... ik geloof in hen
8 sou a filha ... ik ben zijn dochter
9 a casa é ... het huis is van hen (vrouwelijk)
10 os botins são ... tia de laarzen zijn van een tante
11 é o pai ... het is zijn vader
12 ela é a mãe ... raparigas zij is de moeder van enkele meisjes
klik hier voor de antwoorden


We zullen de persoonlijke voornaamwoorden nu toepassen op het werkwoord TER dat hebben betekent.

overzicht 2.4 tegenwoordige tijd van TER
eu tenho ik heb
tu tens jij hebt
ele/ela/o senhor/a senhora tem hij, zij, u heeft/hebt
nós temos wij hebben
vocês têm jullie hebben
eles/elas/os senhores, as senhoras têm zij hebben, u (mv) hebt


Het oude Portugees kent nog een persoonsvorm, vós = jullie, met een bijpassende vervoegingsvorm. Deze blijft in deze cursus buiten beschouwing, aangezien zij vrijwel geheel in onbruik is geraakt. Vergelijk het Nederlandse 'gij'.


enkele uitdrukkingen/ speciaal gebruik van het werkwoord TER
ter fome honger hebben
ter sede dorst hebben
ter frio het koud hebben
ter calor het warm hebben
ter razão gelijk hebben
ter pressa haast hebben
ter sono slaap hebben
ter pena spijt hebben
ter vinte anos 20 jaar zijn
ter saudades heimwee hebben
ter um filho een kind krijgen
*ter que en ter de moeten (het geeft een noodzaak aan)
*je mag kiezen of je de of que gebruikt, het maakt niet uit


oefening 2.4 kies de juiste vorm van TER
1 (nós) ... fome
2 (tu) ... um escritório
3 (eu) ... quatro filhos
4 a senhora não ... dez alunas?
5 ela ... vinte e um anos
6 os senhores ... pressa
7 (tu) tempo?(tijd)
8 vocês ... razão
9 elas ... sono
10 (eu) ... que falar contigo (met jou)
klik hier voor de antwoorden


En nu je toch bezig bent....
oefening 2.5 vertaal
1 tenho trinta flores
2 vocês têm uns gatos
3 a senhora tem pressa
4 temos saudades de Portugal
5 vocês falam holandês
6 tens sede?
7 ela não tem nada
8 os senhores têm que falar português
9 temos duzentos alunos
10 os senhores têm um emprego
klik hier voor de antwoorden

Genoeg informatie voor nu! Je hebt al hele zinnen zitten vertalen!

Hoe gaat het met de uitspraak?
Is je de Portugese r al opgevallen? Span je in om hem meteen onder de knie (nou ja...:-)) te krijgen. Als je hem eenmaal verkeerd uitspreekt, is het niet makkelijk meer te veranderen.
Het maakt trouwens veel verschil uit waar in het woord de r staat.

  • De r tussen twee klinkers wordt met behulp van de tong uitgesproken en wordt voorin de mond en niet in de keel gevormd.


  • De r aan het begin van een woord en de dubbele r worden in de keel gevormd en klinken vrijwel als de Nederlandse g in gepakt.


  • De r aan het eind van een woord wordt met de tong gemaakt, maar klinkt iets langer door dan de r tussen twee klinkers. En m.n. ook klinkt hij langer door dan de Nederlandse r achteraan het woord!

Nou ja, doe je best!

Uitspraak:de Portugese r
(Open de 'stem' door op het woord te klikken)

ter
o escritório
Amesterdão
a pressa
o Porto
falar
mora
a razão
quatro
a senhora
Portugal
o Brasil
o carro
a barriga




Huiswerkopdracht

Zoek een tiental zinnen waar vormen van de tegenwoordige tijd van het werkwoord TER in voorkomen.
Ga na hoe ver je komt met het vertalen ervan...

Stuur je bevindingen naar de docent.

einde van les 2