home   o princípio les 1


o Princípio



 

 
les 1
les 2
les 3
les 4
les 5
les 6
les 7
les 8
les 9
les 10
les 11
les 12
les 13
les 14
les 15


inhoud
register  
 

- alfabet
- zelfstandig naamwoord
- meervoud
- lidwoord



Inleiding


Alle begin is moeilijk...
Dat Portugees niet de gemakkelijkste taal is om te leren, is je ongetwijfeld bekend. Maar ik kan je zeggen dat het alle moeite waard is. Het is een rijke taal, zeer geschikt voor poetische ontboezemingen bijvoorbeeld.
En voor de melancholische teksten van de fado...
De volgorde waarin Nederlandse vrienden en ik Portugees geleerd hebben is: lezen, schrijven, spreken.............. daarna een hele tijd niets.......... en tenslotte verstaan.
Heb je er wel eens over nagedacht hoe jij een taal leert? Gebruik je vooral je oren of werk je meer met woordbeelden?
Deze cursus lijkt me vooral geschikt voor mensen die het nodig hebben te weten hoe een woord of een zin geschreven wordt, voor zij zich deze kunnen eigenmaken. Verder willen zij de regels kennen: waarom zeg je iets op deze manier?
Dit is beslist niet de natuurlijke manier waarop wij onze moedertaal geleerd hebben en ook niet de manier waarop kinderen een vreemde taal leren. Het is niet voor niets dat 'onze' jonge kinderen veel vlugger Portugees spreken dan wij:-(. Zij imiteren eenvoudigweg wat ze horen, benijdenswaardig!

Genoeg gefilosofeerd voorlopig, laten we beginnen, helemaal vooraan... Het a b c...



Het Portugese Alfabet

kent 23 letters en 26 sinds de invoering van de nieuwe spelling in 2011.
als je op het speakertje klikt opent zich een geluidsbestand (van vóór 2011...)


overzicht 1.1 de letters van het alfabet
 
A   B   C   D   E   F
 
G   H   I   J   (K)   L
 
M   N   O   P   Q   R
S   T   U   V   X   Z


K, W en Y bestaan nu ook in het Portugees.

K = Capa of cá
W= dáblio, dâblio of duplo vê
Y = ípsilon of i grego

Hoe de Portugese klanken en dubbelklanken, klinkers en medeklinkers worden uitgesproken leer je geleidelijk via de uitspraakoefeningen. In feite is de Portugese klankstructuur bijna té ingewikkeld voor ons Nederlandstaligen, temeer daar de Portugezen al pratend de sterke neiging hebben woorden aan elkaar te breien, zodat er voor de beginner vaak geen touw aan vast te knopen is.
De weg der ervaring is hierbij de enige heilzame. Maar voor welke vreemde taal geldt dat niet?
Wanneer je onder Portugezen leeft, zit je natuurlijk goed. Van hun moeten we immers uiteindelijk de taal leren.
Aan de moeilijkste klanken zal ik speciale uitspraakoefeningen wijden.

Alvast een tip: let goed op de O aan het einde van het woord. Hij klinkt als OE. Hieronder kun je meteen oefenen met chamo, como, Faro, muito, logo en obrigado.


En nu gaan we praten.
Je opent de geluidsbestanden met een klik op het microfoontje
Praat net zo lang na en mee tot je tong niet meer in de knoop raakt.
(Wanneer je met Windows Media Player werkt, kun je het scherm van het geluidsbestand wegklikken door rechtsboven op - te klikken)


spreekoefening 1
o princípio het begin
bom dia goedemorgen
boa tarde goedemiddag
boa noite goedenavond
eu chamo-me ... mijn naam is ...
como se chama o senhor? hoe heet u (meneer)?
como se chama a senhora? wat is uw naam (mevrouw)?
sou a sua professora ik ben uw lerares
sou portuguesa ik ben Portugese
o senhor é holandês? bent u Nederlander?
sou de Amesterdão,
mas moro em Faro
ik kom uit Amsterdam,
maar ik woon in Faro
já fala português? spreekt u al Portugees?
ainda não? nog niet?
não faz mal dat geeft niet
muito obrigado * hartelijk dank
de nada geen dank
até logo tot ziens
adeus dag!

* Er bestaat ook de vrouwelijke variant: obrigada. Deze wordt (nog) gebruikt door vrouwelijke sprekers tegen vrouwelijke luisteraars. Maar lang niet altijd...

Lukte het? Krijg je de klanken uit je mond getoverd?

Hier volgt een rijtje woorden uit dezelfde categorie. Om achter de hand te houden. In de volgende les komen we er nog op terug.


palavras portuguesas nog meer plichtplegingen
como está? hoe gaat het (ermee)?
como está a senhora? hoe gaat het met u (mevrouw)?
bem, obrigado goed, bedankt
como vai? hoe gaat het (met u)?
vou bem, obrigado het gaat goed, dank u
olá, tudo bem? hallo, alles goed?
olá, eu sou a Ana hoi, ik ben Ana
este é o meu pai dit is mijn vader
esta é a minha mãe dit is mijn moeder
o meu irmão chama-se José mijn broer heet José
muito prazer aangenaam
igualmente hetzelfde (insgelijks)
até amanhã tot morgen
até à próxima tot de volgende keer
até outro dia tot een volgende keer
boa sorte veel succes
cumprimentos ao seu marido groeten aan uw man
cumprimentos em casa groeten thuis
moro em Portugal ik woon in Portugal
sou da Holanda ik kom uit Nederland
tchau dag (informeel)


Voordat je gaat oefenen met deze woorden, heb je enige grammaticale uitleg nodig.



Zelfstandig naamwoord



Het Portugees kent mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. (Onzijdige dus niet!)
De uitgang van een zelfstandig naamwoord geeft redelijk zeker aan of we te maken hebben met een mannelijk of een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het is een stevig houvast, hoewel je in de loop der tijd toch ook nogal wat uitzonderingen zult leren kennen.


overzicht 1.2 mannelijk-vrouwelijk zelfstandig naamwoord
mannelijk (in het algemeen) vrouwelijk (in het algemeen)
-o (niet ão!)
o verbo= het werkwoord
-a a palavra= het woord
-em (niet -gem!)
o homem= de man
a irmã= de zus(ter)
-im o pudim= de pudding -gem a viagem= de reis
-om o som= het geluid -ade a cidade= de stad
-um o atum= de tonijn -ice a velhice= de hoge leeftijd
    -ez a validez= de geldigheid
    -ção a tradução= de vertaling
    -são a versão= de versie
    -zão a razão= de reden


Ongeveer de helft van de zelfstandige naamwoorden op -r, -l en -e is mannelijk, respectievelijk vrouwelijk.

a mulher de vrouw o amor de liefde
a capital de hoofdstad o animal het dier
a noite de nacht o lume het vuur(tje)


Een flink aantal zelfstandige naamwoorden kent, evenals in het Nederlands, een mannelijke en een vrouwelijke uitvoering, die veel op elkaar lijken:

o filho de zoon a filha de dochter
o tio de oom a tia de tante
o gato de kater a gata de poes
etc
o professor de leraar a professora de lerares
o senhor de heer a senhora de dame
o espanhol de spanjaard a espanhola de Spaanse
o holandês de Nederlander a holandesa  de Nederlandse
etc

oefening 1.1 welke mannelijke vorm hoort bij
1 mulher 8 mãe 15 francesa
2 filha 9 portuguesa 16 vizinha
3 professora 10 minha 17 espanhola
4 mulher (echtgenote) 11 rapariga 18 alemã
5 aluna 12 gata 19 prima
6 tia 13 holandesa 20 empregada
7irmã 14 senhora  
klik hier voor de antwoorden

het antwoordschermpje kun je verplaatsen met de cursor in de bovenbalk, zie eventueel hier



Meervoud



Het meervoud van zelfstandige naamwoorden die op een klinker eindigen - en dat zijn verreweg de meeste - wordt gevormd door -s toe te voegen aan het enkelvoud.
Zelfstandige naamwoorden op -ão veranderen in het weervoud in -ões.

Behalve:
mão - mãos
irmão - irmãos

en
cão - cães
pão - pães
alemão - alemães


Eindigt het zelfstandig naamwoord op een medeklinker, altijd -l, -m, -r, -s of -z dan gaat het als volgt:
l verandert in -is
(-il verandert in -eis)
een beklemtoonde -e of o krijgt een acento agudo.
m verandert in ns.
r, s en z krijgen -es.

In het volgende overzicht staan voorbeelden van deze regels.


overzicht 1.3 meervoud der zelfstandige naamwoorden
eindigend op een (dubbel) klinker eindigend op een medeklinker
a a casa - casas
a irmã - irmãs
huis
zus
al o jornal - jornais krant
e a cidade - cidades
o pé - pés
stad
voet
el o hotel - hotéis hotel
o o verbo - verbos werkwoord ol o espanhol - espanhóis Spanjaard
i o táxi - táxis taxi il o funil -funéis trechter
u o perú - perus kalkoen      
ãe a mãe - mães moeder    
eu o céu - ceus hemel m o homem - homens man
ão a estação - estações station r a cor - cores kleur
situação - situações situatie s o país - países land
a mão - mãos hand behalve:  
o pão - pães brood o lápis - lápis potlood
o alemão - alemães Duitser z a vez - vezes keer

Let op: in sommige gevallen verdwijnt het leesteken uit het enkelvoud.



oefening 1.2 zet in het meervoud
1 mulher 11 marido 21 estação
2 filha 12 lençol 22 noite
3 hotel 13 nariz 23 botim
4 irmão 14 táxi 24 lume
5 aluna 15 irmã 25 pão
6 casa 16 galinha 26 lápis
7 flor 17 cidade 27 sinal
8 rapaz 18 viagem 28 país
9 holandês 19 emprego 29 pai
10 homem 20 gato 30 senhor
klik hier voor de antwoorden


Je weet nu aardig hoe het zit met het Portugese zelfstandig naamwoord. In les 9 'hoor' je er nog wat meer van!




We gaan over tot het

Lidwoord

Bekijk eerst het overzicht

overzicht 1.4 het lidwoord
bepaald lidwoord onbepaald lidwoord
o o verbo um um aluno
os os verbos uns uns alunos
a a carta * uma uma cidade
as as cartas umas umas cidades

* a carta de brief

Het bepaalde lidwoord wordt extra veel gebruikt in het Portugees, zelfstandige naamwoorden kunnen bijna niet zonder. Ook namen van mensen en (sommige) geografische namen hebben een lidwoord voor zich. Dat is even wennen...

Wat ook bijzonder is voor ons: het onbepaalde lidwoord komt ook voor in het meervoud.
De vertaling luidt dan een paar of enkele. 'Wat' zeggen we ook nogal eens. Of een handjevol.
'Een handjevol mensen' Umas pessoas.

En nu meteen een oefening om voor 'eeuwig' aan de lidwoorden te wennen!

oefening 1.3 vul in: o, a, os ofas vul in: um, uma, uns of umas
1 ... mulher= de vrouw 1 ... amor= een liefde
2 ... filhas= de dochters 2 ... cidades= (een paar) steden
3 ... bilhete= het kaartje 3 ... viagens= (een paar) reizen
4 ... escritórios= de kantoren 4 ... emprego= een baan
5 ... alunas= de leerlingen 5 ... gato= een kat
6 ... casa= het huis 6 ... versão= een versie
7 ... flores= de bloemen 7 ... noites= (een paar) nachten
8 ... rapazes= de jongens 8 ... botins= (een paar) laarzen
9 ... holandês= de Nederlander 9 ... lume= een vuur(tje)
10 .. homens= de mannen 10 .. senhores= (een paar) heren
klik hier voor de antwoorden


Echter: bij het aanspreken en voorstellen wordt het lidwoord niet gebruikt, evenmin in de meeste samenstellingen.

bom dia filha goedemorgen dochter (meisje)
eu chama-me Beatriz e ele chama-se Henrique ik heet Beatriz en hij heet Henrique
olá tia Maria hallo tante Maria
   
hoje é dia de festa vandaag is het een feestdag
o trabalho de casa het huiswerk
um quilo de batatas een kilo aardappels


Maar dus wel:
a Joana mora em Faro Joana woont in Faro
o João vive no Brasil João woont (leeft) in Brazilië
o meu tio é da Holanda mijn oom komt uit (letterlijk: is van) Nederland
   


Kijk nog eens nader naar bovenstaande zinnetjes.
em
betekent in. Faro heeft dus geen bepaald lidwoord. no is hier een samentrekking van em o (in de) en zo zie je dat o Brasil met een mannelijk bepaald lidwoord door het leven gaat.
o meu tio heeft ook een (voor ons gevoel overbodig) lidwoord. En da is een samentrekking van de en a en zo zie je dat de vertaling van Nederland a Holanda is.
Voor een overzicht van de samentrekking van het lidwoord met em en de, moet je wachten tot les 2, overzicht 2.1

*In het Portugees hebben de meeste namen van landen een lidwoord. Maar Portugal zelf niet, evenmin als de meeste Portugese ex-kolonies.

bijvoorbeeld
o Egito en...
a Jamaica Portugal
a Inglaterra Moçambique
o Canada Angola
o Zimbabwe (maar Brazilië wel)
etc o Brasil
Ook sommige steden gebruiken een lidwoord

In Portugal zijn dat er vier:
a Guarda
o Porto
a Covilhã
a Figeira da Foz

In Nederland alléén Den Haag a Haia

*In les 4 vind je meer namen van nationaliteiten


oefening 1.4 vertaal in het Nederlands
1 um gato e umas gatas
2 ela mora na Haia
3 chamo-me Elisabete
4 como se chama o tio?
5 já falas português?
6 ainda não?
7 não faz mal
8 elas são de Moçambique
9 ele mora na cidade
10 o senhor mora no Porto?
11 não, moro em Faro
12 estas raparigas são as minhas filhas
klik hier voor de antwoorden


oefening 1.5 vertaal in het Portugees
1 hartelijk dank
2 goede avond
3 dit is mijn oom
4 hij heet António
5 hij komt uit Porto
6 ik woon in Lissabon
7 de mannen zijn Spanjaarden
8 dit zijn honden
9 ik ben uw lerares
10 groeten aan oom João
11 Egypte is een land
12 tot ziens!
klik hier voor de antwoorden



Huiswerkopdracht

deel 1 Verzamel een vijftigtal Portugese woorden.
Teken ze bij voorkeur op uit de mond van Portugezen om je heen. Luister naar radio en tv en sla de krant eens op. Of heb je misschien een cd met fado's? Op internet kun je natuurlijk ook volop terecht!
Kun je ze ook vertalen?

deel 2 Loop met je lijstje in de hand deze eerste les nog een keer helemaal door.
Welke woorden van je lijstje staan ook al in de les?
Stuur je bevindingen naar de docent.

einde van les 1