1 zij heeft zeer lange benen
2 Lissabon is groter dan Porto
3 welke is de langste stad?
4 ik ben minder lang dan mijn broer
5 hij is sterker dan mijn zus
6 zij heeft evenveel ooms als jij
7 ik vind het boek erg klein
8 zij is niet knap, zij is heel erg knap!
9 ik weet evenveel als jij
10 ik hou van koude melk
11 vader is net zo liefdevol als moeder
12 deze koffie is slechter dan de andere
13 maar dat is de beste!
14 deze jongen is even intelligent als de anderen
15 de bus gebruikt meer diesel dan de auto