1 lÍ 1 Paulo leest de krant
2 veem 2 jullie zien alles
3 lÍs 3 jij leest een boek
4 vejo 4 ik zie het probleem
5 leem 5 de jongens lezen een tijdschrift
6 veem 6 mijn kinderen zien hun vader
7 vemos 7 we zien de zonsondergang