1 u bent mijn vriend
2 wanneer gaan zij naar Porto?
3 laat is niet vroeg
4 in (de Verenigde Staten van) Amerika wonen Amerikanen
5 mijn oom is (een) dichter
6 ik kan goed opschieten met mijn moeder
7 opa is 88 (jaar)
8 wanneer ga je eten?
9 wie bent u?
10 weinig is niet veel