1 ik heb een dozijn koekjes
2 hij woont in Den Haag
3 het toetje is zoet
4 zij komen uit Mozambique
5 ik koop enkele gele bloemen
6 wj hebben haast
7 hoe heet u?
8 Maria is in de winkel
9 Jan is de man van Maria
10 ik kom uit een grote stad