1 ik heb 30 bloemen
2 jullie hebben enkele katten
3 u hebt haast (mevrouw)
4 wij hebben heimwee naar Portugal
5 jullie spreken Nederlands
6 heb je dorst?
7 zij heeft niets
8 u moet Portugees spreken
9 we hebben 200 leerlingen
10 u (mv) hebt een baan