1 hij gaat niet, omdat hij niet wil
2 het was niet veel, maar het was genoeg
3 aangezien het weinig was, hebben we alles opgegeten
4 ben je naar het dorp geweest of ben je thuis gebleven?
5 de zon schijnt niet, toch gaan we naar het strand
6 we hebben gewacht tot zij opbelden
7 Maria las een boek en schreef een brief
8 waar was je toen ik opbelde?
9 vandaag hebben we geluncht noch gedineerd
10 zodra ik het weet, zeg ik je iets
11 ik ben niet tevreden ik wil nog (steeds) met je praten
12 ben je moe? ik ook
13 Manuel speelt terwijl zijn zus studeert
14 zij hebben geschreven dat ze komen