oefening kijkpagina


boa viagem


 

 
   

Les 1 gaat over reizen en vervoer.
Je maakt kennis met de klanken van het Portugees, de accenten, ja en nee zeggen, samentrekking van bepaalde woordjes, het persoonlijk voornaamwoord en het regelmatig werkwoord.

Aan de vooravond van hun vakantie treffen we de familie Jansen aan de eettafel. Jan en Mieke gaan voor het eerst een week doorbrengen in Portugal.
Zij zitten nog middenin de voorbereidingen. Het ticket is gekocht, de koffers zijn gepakt. Maar tot de voorbereidingen rekenen zij ook het zich eigenmaken van de allereerste beginselen van de Portugese taal. Zij houden er niet van de hele vakantie rond te lopen als 'een stel analfabeten', zoals zij dat noemen.

Zij weten dat je met Engels hier en daar aardig uit de weg kunt, vooral in de Algarve en in de grote steden, maar van eerdere reizen weten zij ook dat dat buiten toeristisch gebied wel eens goed kan tegenvallen.
Dus...
Zij spreken elkaar, zo nu dan gierend van het lachen, als volgt toe.


(als je op het speakertje klikt opent een geluidsbestand)
gesprek 1.1 a preparação
a preparação de voorbereiding
Mieke olá João, boa noite hallo Jan, goede avond
Jan boa noite mãe goede avond moeder
Jan vamos passear we gaan op stap
Mieke aonde vão? waar gaan jullie naar toe?
Jan vamos de férias para Portugal we gaan op vakantie naar Portugal
Mieke quando partem? wanneer vertrekken jullie?
Jan amanhã de manhã morgenochtend
Mieke a que horas? hoe laat?
Jan às nove e meia om half tien
Mieke estão bem preparados? zijn jullie goed voorbereid?
Jan ainda não, mas quase nog niet, maar bijna
Mieke o que falta? wat ontbreekt (nog)?
Jan temos que fazer as malas we moeten onze koffers inpakken
Mieke levam muitas coisas? nemen jullie veel mee?
Jan cada um leva uma mala ieder neemt een koffer mee
Mieke uma só, chega? slechts een, is dat genoeg?
Jan chega ja
Mieke vão de carro? gaan jullie met de auto?
Jan não vamos, vamos de avião nee, we gaan met het vliegtuig
Mieke boa viagem goede reis


dus
chega is een werkwoord en betekent eigenlijk 'het is genoeg'
hier betekent het 'ja'
'ja' kun je zeggen door het werkwoord uit de vraag te herhalen

sim = ja
maar wordt weinig alleen gebruikt

não staat vóór de werkwoordsvorm

en komt ook niet vaak alleen voor. Het is vriendelijker om de werkwoordsvorm eraan toe te voegen.

antwoorden geven
(klik op het sterretje voor meer grammaticale uitleg)


oefening 1.2 antwoord met ja en met nee
vraag ...? ja nee
1 és casada? ben je getrouwd? ... ...
2 és solteira ben je alleenstaande? ... ...
3 ele é português? is hij Portugees? ... ...
4 o senhor é holandês? bent u Nederlander? ... ...
5 eles têm um carro? hebben zij een auto? ... ...
6 levas uma mala? neem je een koffer mee? ... ...
7 vamos de avião? gaan we met het vliegtuig? ... ...
8 a Mieke vai visitar a mãe? gaat Mieke haar moeder bezoeken? ... ...
klik hier voor de antwoorden

einde oefening kijkpagina