portel


inhoudsopgave


 
   

Overzicht van de grammaticale thema´s die behandeld worden in de verschillende cursussen van Portel.
Mail ons voor nadere inlichtingen



In o Princípio en a Madrugada komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan bod.

les   de tegenwoordige tijd van
1 alfabet  
  zelfstandig naamwoord  
  lidwoord  
2 persoonlijk voornaamwoord ter
3 bijvoeglijk naamwoord  
  kleuren  
4 nationaliteiten estar, ser, ir
  telwoord  
5 vragen stellen regelmatige werkwoorden
  vragend voornaamwoord  
6 ontkennen dar
    werkwoorden op -ear en -iar
7 aanwijzend voornaamwoord  
8 bezittelijk voornaamwoord ler, ver
9 zelfstandig naamwoord 2  
10 persoonlijk voornaamwoord 2 fazer, dizer
  wederkerend voornaamwoord  
11 vragen beantwoorden saber trazer
12 voorzetsels querer poder
13 bijwoorden en uitdrukkingen van tijd haver
14 bijwoorden en uitdrukkingen van plaats onregelmatige werkwoorden op -ir
15 vergroten en verkleinen speciale werkwoorden op -ar
  trappen van vergelijking  


In a Letra en a Manhã worden achtereenvolgens de volgende nieuwe thema's aangeboden:

1 herhaling o Princípio
2 betrekkelijk voornaamwoord
3 verleden tijd van de regelmatige werkwoorden en van 'dar'
4 verleden tijd van ter, ser, estar, en haver
5 voegwoorden
6 onbepaald voornaamwoord
7 verleden tijd van ver, ler, fazer, dizer
8 persoonlijk voornaamwoord 3
9 rangtelwoorden
10 verleden tijd van querer, poder, saber, trazer
11 bijwoorden van tijd 2, tijdsuitdrukkingen
12 verleden tijd van ir en vir
13 bijwoorden van plaats 2, ruimtelijke uitdrukkingen
14 verleden tijd van de onregelmatige werkwoorden op -ir
15 tegenwoordige en verleden tijd van het werkwoord pôr


In a Conversa
A herhalingsoefeningen
1 vragen stellen
2 conjuntivo - tegenwoordige tijd
3 bijwoorden van wijze en hoeveelheid
4 conjuntivo - verleden tijd - perfeito
5 conjuntivo - verleden tijd -imperfeito - mais que perfeito
6 speciale voorzetsels + imperativo
7 nog meer conjuntivo - infinitivo pessoal
8 gevoelens + deelwoorden
9 voorwaardelijke wijs + vergelijkingen2
10 toekomende tijd - wij en men



In o Verbo

1 inleiding: de Portugese werkwoorden
2 presente do indicativo
3 presente do indicativo der onregelmatige werkwoorden
4 ser en estar, ter en haver, ir en vir, levar en trazer
5 pretérito do indicativo
6 pretérito do indicativo der onregelmatige werkwoorden
7 zinsbouw
8 presente do conjuntivo
9 pretérito do conjuntivo
10 presente e pretérito der onregelmatige werkwoorden
11 futuro
12 infinitivo e condicional
13 partcípio e gerúndio
14 imperativo
15 wederkerige werkwoorden
moeten, kunnen
werkwoorden + speciale voorzetsels

In Boa Viagem worden achtereenvolgens de volgende thema´s behandeld

les 1 reizen en vervoer
gesprek 1.1 voorbereiding accenten, uitspraak, a=a+à, ja/nee
gesprek 1.2 op stap de+a=da, regelmatig werkwoord, persoonlijk voornaamwoord, uitspraak ão
 
les 2 aankomst, kennismaken en begroeten
gesprek 2.1 aankomst a+o=ao, a + a =à, em + o = no, lidwoord, uitspraak r
gesprek 2.2 informeren 2x zijn, hebben, gaan, kunnen, willen, er is
gesprek 2.3 kennismaken vragen - vragend voornwoord, gesprekstips
 
les 3 ontbijten en een bezoekje aan het strand
gesprek 3.1 ontbijt lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord
gesprek 3.2 het strand meervoud, kleuren, uitspraak m, nh en lh
 
les 4 boodschappen doen en uit eten
gesprek 4.1 op de markt vragend voornaamwoord, veel vocabulair
gesprek 4.2 aan tafel uitspraak van c en ç en van qu
 
les 5 de weg vragen
gesprek 5.1 in de stad nogmaals zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, het weer
gesprek 5.2 de weg vragen plaatsbepalingen, tijdswoorden,  geven, zien, weten
 
les 6 dokter, verjaardag, afscheid.
gesprek 6.1 de dokter lichaam, ziektes , bezittelijk voornaamwoord, familie, beroepen
werkwoord plaatsen/neerzetten
gesprek 6.2 familie tellen, meer, minder, groter, kleiner
gesprek 6.3 afscheid uitspraak x


Em het Begin se encontram os seguintes temas

lição grammatica temas
1 - o alfabeto
- os vogais: sons curtos - longos
- o substantivo + o artigo
saúdar
2 - formação do plural 1
- o verbo - o radical
- os pronomes pessoais
a família
3 - formação do plural 2
- ser - estar
- combinação de vogais
- os números cardinais
a casa
4 - combinação de consoantes
- os adjetivos
- as cores
a saúde
5 - o artigo definido 2
- classificação dos verbos
- o verbo hebben (ter)
a comida
6 - formular perguntas
- o pronome interogativo
- as horas
as horas
7 - pronomes possessivos
- pronomes indicativos
- verbos com d no fim radical
fazer compras
8 - welk - welke
- ieder - iedere
- negar: niet - geen
- o presente irregular
o tránsito e viagar
9 - preposições 1
- verbos separaveis
pedir o caminho
10 - pronomes pessoais 2
- verbos seguidos por te
jantar fora
11 - preposições 2
- voltooide tijd
- o particípio
o aniversário
12 - pronomes indefinidos
- particípio irregular
a sociadade multicultural
13 - contar 2
- dinheiro
- de verleden tijd
- zwakke werkwoorden
a Holanda em números
14 - graus comparativos de superioridade
- verleden tijd der sterke werkwoorden
- zijn en hebben
o tempo
15 - diminutivos
- verbos reflexivos
a despedida